Een avontuur als monument voor emancipatie

Leesdagboek: Confessions of the fox – Jordy Rosenberg

bol.com | Confessions of the Fox, Jordy Rosenberg | 9781786496256 | Boeken

Ik las Confessions of the Fox van Jordy Rosenberg. Ik kwam het boek op het spoor door een lijstje met aanbevolen boeken met transgender personages. Ik koop wel vaker boeken met een lhbtiq+ thema, en vaak zijn dat vrij bescheiden uitgaves van onbekende uitgeverijen. Zeker als het een ander deel van de lettersoep betreft dan ‘G/H’, als het net iets anders is dan een gevoelig (blank en West-Europees) coming of age verhaal. De pocket die ik kocht had op de omslag de aanprijzing ‘a New Yorker book of the year’. En op de eerste pagina’s een reeks ronkende woorden en lovende citaten uit recensies.

Ik heb het boek inmiddels uit en kan alleen maar zeggen dat alle lof en enthousiaste recensies waar zijn. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen (dat wil in mijn geval zeggen; langzaam, bedachtzaam en in spaarzame uurtjes).

Confessions of the fox vertelt het verhaal van Jack Sheppard, een 18de eeuwse volksheld. Zijn verhaal is in de loop der jaren vele malen verteld. De versie die mensen wellicht het beste kennen is die van Mack ‘The Knife’ / Mackie Messer in Bertolt Bregts Driestuiversopera. Jordy Rosenberg vertelt het verhaal aan de hand van een ‘oorspronkelijk’ manuscript dat in de archieven wordt teruggevonden en van noten en commentaar wordt voorzien door ene dr R. Voth. Het verhaal van Jack, en zijn vriendin Bess, leest als een avonturenroman. Maar dan wel een moderne literaire versie, waarbij Londen geportretteerd wordt door de afkomst en klassen en seksualiteit van de personages. En de noten en aantekeningen groeien in de loop van het verhaal en vormen een vertelling op zichzelf.

Uiteindelijk wordt het boek veel meer dan een avonturenroman; het is het verhaal over mensen die leven in de marge en die de strijd moeten aangaan met de bezittende klasse, die het geld en het geweld gemonopoliseerd heeft, en die de geschiedenis naar eigen voorkeur kan schrijven of herschrijven.

Jack Sheppard en de personages om hem heen geven gezicht aan mensen die normaliter vergeten worden. De armen, het uitschot, de kruimeldieven, de hoeren, met een divers palet aan achtergrond, kleur en geslacht. Naast een buitengewoon vermakelijke en spannende avonturenroman is Confessions of the fox daarmee ook een monument voor emancipatie dat in zijn betekenis naadloos aansluit op in onze eigen tijd toegenomen zichtbaarheid van lhbtiq+ en de black lives matter beweging. Lees dit boek.

Soms lees je een boek dat je liever niet gelezen had.

Leesdagboek: In het hart van het oerwoud – Albert Sánchez Piñol

bol.com | In Het Hart Van Het Oerwoud, Albert Sanchez Pinol | 9789059360358  | Boeken

Ik had vorig jaar zin om weer eens een echt goed en lekker boek te lezen. Goed geschreven, mooie personages, literair en liefst ook nog spannend. Ik had nog veel boeken liggen, maar niets sprak me op dat moment aan. Ik speurde mijn kast af en mijn oog viel op Nachtlicht van Albert Sánchez Piñol. Ik had dat met veel plezier gelezen. Het was gevoelig en betoverend geschreven. Een modern griezelsprookje op een arctisch eiland over eenzaamheid en de strijd van de mens tegen het onkenbare. Ik vroeg me af: zou er van hem niet meer verschenen zijn?

En jawel, ik spoorde een exemplaar op van zijn tweede roman: In het hart van het oerwoud. Een dikke pil, en volgens de achterflap een literair meesterwerk in de vorm van een avonturenroman. Avonturenromans, daar ben ik dol op. Ik stapte als kind over op het lezen van volwassen boeken toen ik ontdekte dat Alexandre Dumas twee vervolgboeken had geschreven op De drie musketiers. Maar van die vervolgboeken bestond geen ‘vereenvoudigde’ kindereditie. Toen moest ik wel. Ik las alle drie de kloeke delen achter elkaar uit. En daarna de rest van het werk van Dumas. En daarna van Louis Stevenson en Walter Scott. En Jules Verne. En tal van andere klassieke vertellingen.

Soms vind ik dat gevoel van avontuur nog wel eens terug in een modern boek. Maar helaas niet zo vaak. Als het spannend en opwindend is, is het verder vaak niet zo interessant. En is het literair, dan is het verder vaak gespeend van spanning en opwinding. Ik trof maar af en toe een boek dat mijn nostalgische dorst naar avontuur wist te combineren met mijn volwassen smaak voor het literaire. De naam van de roos van Eco. De roman Long John Silver van Jörn Larsson.

Ik had goede hoop voor In het hart van het oerwoud van Albert Sánchez Piñol. Want schrijven kan die man. Vloeiende zinnen, prachtige sfeer, interessante personages. Het verhaal boeide: het voerde me allereerst naar het Londen van het begin van de twintigste eeuw en hintte naar reizen naar Kongo, op zoek naar rijkdommen. Daar verwachtte ik een plek waar de mens geconfronteerd zou worden met diepe mysteries maar uiteindelijk vooral zichzelf. Nachtlicht, had veel elementen geleend uit de griezelroman en herinnerde aan H.P.Lovecraft, maar met een meer literaire en menselijke afdronk. In mijn beleving moet je met een titel als In het hart van het oerwoud, schatplichtig zijn aan Conrads Heart of Darkness.

In Londen werd een verslag geschreven over een expeditie naar Kongo en langzaam ontspoorde daar het verhaal voor mij. Lekker vreemde zaken: mysterieuze wezens die uit de aarde naar boven kwamen. Het was allemaal wel intrigerend en spannend, maar een betekenisvolle laag kon ik er nog niet in ontdekken. De historische context was dun. Hoe de blanke avonturiers met de zwarte bevolking omgingen was bruut en moordlustig, wat Penõl op een plompverloren manier vertelde alsof er op dat gebied de afgelopen 80 jaar niets veranderd was in de wereld. Kuifje in Afrika – maar dan nog wat erger. Misschien was het satirisch of ironisch bedoeld. Maar dan miste ik ook historisch besef; verwijzingen naar hoe België in Kongo huisgehouden had. Ik moest er maar op vertrouwen dat de schrijver in de rest van het boek alsnog rekenschap zou geven van de koloniale thema’s die hij aanraakte. Het was hard werken om het boek niet weg te leggen.

Een schrijver krijgt aan het begin van het boek veel krediet van een lezer. In het Engels heb je daar de term ‘the suspension of disbelief’ voor. Maar Piñol had halverwege zijn eindeloze verslag van bloedige en ondergrondse avonturen in Kongo mijn krediet al geheel opgesoupeerd. Waarom ik doorlas weet ik niet precies – ik denk om te zien of hij alle losse eindjes op de een of andere manier nog aan elkaar zou weten te knopen.

Helaas. Hij doet wel een poging. Het komt er uiteindelijk op neer: het was allemaal verzonnen. En tussen de regels door beschuldigt Penõl de lezer van goedgelovigheid. Maar reflectie op de thema’s die hij aanraakt – nee hoor. Enige beschouwing over de beschaafde mens in de wildernis? Iets over orde versus chaos? Een verwijzing naar Conrad? Een snufje Nietzsche? Nee, veel meer dan ‘schrijvers zijn allemaal leugenaars en fantasten’ heeft Piñol niet te melden. Oh gottegottegot. Wat een ongelooflijk slap einde.

Het is, zoals de achterflap belooft, een roman over fantasie en vertrouwen. Maar in de fantasie verliest de schrijver zich veel te lang in een simplistisch koloniaal wereldbeeld. Hij bedt het verhaal niet in in de belevingswereld van zijn moderne lezer. Hij onderschat die lezer en beschaamt diens vertrouwen. Hij lijkt daarbij te vergeten dat met zijn fantasie en het vertrouwen van de lezer hij een boek had kunnen schrijven dat raakt aan het hart van onze tijd, maar hij blijft steken bij vaagjes navelstaren over zijn eigen rol als schrijver. Een mislukt boek.

Het vergalde mijn leesplezier dusdanig dat ik meer dan een jaar geen enkele andere roman las.

Toen ik dat wel weer deed, was het gelukkig wel ‘raak’. Ik las ‘Confessions of the fox’ van Jordy Rosenberg, maar daarover een dezer dagen meer.

Een welkome gast uit het verleden

Bespreking van ‘Verschrikking uit het verleden’ van Julien Raasveld.

De Stichting Fantastische Vertellingen bestaat sinds 1979, maar maakt de laatste jaren een opleving door. Met de opmars van het print-on-demand drukken kunnen uitgaven voor een breed publiek beschikbaar worden gemaakt die voorheen wellicht in de archiefladen tot stof zouden vergaan. Het fonds bestaat uit een mengeling van jong en miskend talent. Julien C. Raasveld (1944-2013) behoort tot die laatste categorie. Verschrikking uit het verleden is een niet eerder verschenen, nagelaten vertelling, die nu aan de vergetelheid is ontrukt. Gelukkig maar.

Raasveld schreef tijdens zijn leven tientallen korte verhalen, die ondermeer verschenen in het mannentijdschrift Maxi Hoho en de Ganymedes-bundels. Daarnaast deed hij vertaalwerk en schreef hij onder meerdere pseudoniemen pulpromans. Die leerschool zie je terug in deze novelle.

Verschrikking uit het verleden wordt gepresenteerd als kasteelroman. Voor de goede orde: daarvoor hoeft er geen kasteel in voor te komen. Het verhaal speelt in de Belgische Ardennen en is een pulproman waarin gretig gebruik wordt gemaakt van de basiselementen van griezel-romantiek: onschuldige jonge vrouwen en ondode monsters. Het verhaal begint lang geleden, met een druïde die zich wat al te graag aan jonge meisjes vergrijpt. Voor straf wordt hij levend begraven. Een paar millennia later komt hij tot leven als een jonge vrouw haar maagdelijkheid op zijn graf verliest. Dat is het begin van een serie gruwelijkheden die uiteindelijk uitmonden in een moeizame klopjacht op het monster. Het verhaal is eenvoudig maar effectief. In zijn lichtheid is het perfect. De zinnen vloeien. De scènes spatten van het papier. Bloed en brute mishandeling zijn plastisch maar binnen smaakvolle grenzen beschreven. En Julien Raasveld laat met een buitengewoon vaardige pen zien hoe je een verhaal met wisselend perspectief kunt vertellen. Je kijkt steeds door de ogen van één van de personages mee en daarmee wordt het verhaal aanstekelijk en zorgvuldig opgebouwd. De bundel is verrijkt met een biografische schets, geschreven door Eddy C. Bertin, en met een beknopte bibliografie.

Het is lekker griezelen zonder al te veel diepgang. Het lijkt bijna bedoeld als genrepastiche, maar uiteindelijk blijkt het precies wat het pretendeert te zijn: een echte kasteelroman. In die hoedanigheid overtuigt het zondermeer en zijn alle elementen in evenwicht. Met een prijs die onder de tien euro blijft, is het een boekje dat de liefhebber van een avond zorgeloos griezelen niet mag laten liggen.

Verschrikking uit het verleden is verkrijgbaar via de webwinkel van de Stichting Fantastische Vertellingen.

Deze bespreking verscheen op hebban.nl

Follow my blog with Bloglovin

De schoonheid van het experiment

Bespreking van ’34 zeer korte verhalen en een vogelkat’, van Evelio Rosero

Het korte verhaal wordt in Nederland herontdekt. Ook zeer korte verhalen zijn weer in, mede dankzij de ZKV’s van A.L. Snijders. Het verschijnen van dit werk van Rosero past in die hernieuwde aandacht van de Nederlandse markt. De meeste verhalen uit de bundel 34 zeer korte verhalen en een vogelkat werden geschreven aan het begin van Rosero´s schrijverschap. Hoewel ze onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan hebben ze meer gemeenschappelijke deler dan alleen hun lengte en hun auteur. Ze zijn geschreven in vaak lange en heldere, aaneengeschakelde zinnen. Expressief, direct en poëtisch. Het zijn allemaal gedachte-experimenten van een schrijver in ontwikkeling. Als je dat weet, voelen ze als een opmaat voor grootsheid.

Die grootsheid schuilt nog niet in ieder verhaal afzonderlijk. Het verhaal De andere dood vertelt bijvoorbeeld over een schrijver die wordt neergeschoten door één van zijn personages. Het is een aardig idee, maar de uitwerking is niet bijzonder en op zichzelf is het eigenlijk niks. Ingebed tussen twee andere verhalen, Angst en De andere dood, vergaart het glans. Als lezer ga je verbanden zoeken en associëren. Dan worden de literaire smaakpapillen geprikkeld.

Bij veel verhalen helpt de taal daarbij. De lange tegendraadse zinnen schetsen, samen met de titel, meestal direct een sterk beeld. Het verhaal In de regen opent met de zin: ‘Wij vroegen hem wat hij daar uit voerde, zo in de regen, zwevend boven de straat, en hij antwoordde van niets, dat een sprongetje maken, om niet in een plas te trappen, het enige was wat hij had gedaan en dat hij vervolgens het vreemde lot ondervonden had niet meer omlaag te komen.’ Het verhaal Verklaring van drie oude vrouwen opent met: ‘Daar zagen we hem, zittend, een tijd lang staarde hij naar zijn voeten.’ Na dergelijke openingen word je langzaam meegevoerd in een surreëel universum.

De bundel is door Uitgeverij Karaat prachtig verzorgd. Het is verplichte kost voor iedere liefhebber van zeer korte verhalen en een gezonde portie vervreemding.

Deze bespreking verscheen ook op Hebban Fantasy

Na een korte onderbreking van een ruime twintig jaar…

moordsfw7

…verscheen dit najaar een nieuw nummer van het onregelmatig verschijnende periodiek Fantastische Vertellingen. Stuwende kracht achter de uitgave is Remco Meisner die met zijn Stichting Fantastische Vertellingen uit een literaire winterslaap is ontwaakt de wereld trakteert op tal van nieuwe uitgaven.

Het tijdschrift is vormgegeven als een novelle, op A5 formaat, 85 pagina’s. De omslag in kleur, met een prachtige plaat van Ingrid Heit. Die stond ook in Ganymedes 13, maar kwam daar in zwart-wit niet uit de verf, eh… toner. Voor het binnenwerk is gekozen voor de Garamond als broodletter. Dat vind ik voor fantastische literatuur altijd een mooie letter: klassiek, maar met een zwierige cursief. De koppen in een handschriftletter steken daar nogal bij af. Ik ben niet vies van een portie vervreemding, maar dit vind ik lelijk.

Naar de inhoud. Fantastische Vertellingen brengt een mix van verhalen, recensies en achtergrond artikelen.

De recensies zijn me niet inhoudelijk genoeg. Ze blijven teveel steken op het niveau van een synopsis. Ik denk dat het lezerspubliek anno 2013 alleen nog filmbesprekingen in een tijdschrift wil hebben als ze ook echt de diepte in gaan, analyseren en in een bredere context plaatsen. De boekbesprekingen zijn wat dat betreft interessanter, maar ook hier zou ik zeggen: liever meer tekst over minder boeken.

De achtergrondartikelen zijn beter. Zeker de biografieën door Jeroen Kuypers van schrijvers die ons sinds de vorige uitgave van FV ontvallen zijn heb ik geboeid gelezen. Over het verslag van Ganycon door Oxana Langbeen twijfel ik. Wat moet je met zo´n verslag. Ik krijg daar altijd zo´n ´je had er bij moeten zijn´ gevoel van. En daar zit je dan mee. Dan zie ik liever goede, inhoudelijke aankondigingen: wat mag ik het komende kwartaal zeker niet missen.

Het hoofdbestanddeel van FV wordt gevormd door de verhalen en die zijn allemaal boeiend en goed geschreven.

  • Peu a peu van Ef Leonard; het misantropische relaas van een schilder en zijn veel jongere vrouw in een rustiek huisje in Frankrijk. Met veel humor geschreven en heerlijk vervreemdend.
  • De Brug door Jan J.B.Kuipers; hij schreef dit waarschijnlijk na een halve fles juttersbitter, maar is dan nog steeds stilistisch vlijmscherp.
  • Het afscheid van Nel Kuypers is in mijn beleving het beste verhaal in de bundel. Zeer zorgvuldig geschreven en mooi opgebouwd, met volop aandacht voor het beschrijven van de personages. Even vroeg ik mij af wat er fantastisch aan het verhaal was, maar omdat het zo steengoed is: wat maakt dat uit?
  • Little Hands van Paul Minkejan, fragment uit de bundel De huilende postbode. Sympathiek, bijna vertederend.
  • In nagedachtenis van oud gereedschap, door Jaap Boekestein. Fijn verhaal, mooie gedachtenstroom. De titel vind ik wringen. Op drie kwart van het verhaal staat een lelijke fleuron, met daaronder teveel wit, waardoor ik eerst dacht dat het verhaal was afgelopen. Als een nachtkaars. Gelukkig ontdekte ik de volgende dag dat op de pagina erna nog de cruciale laatste alinea stond. Die maakte het helemaal goed.
  • Vingerknippen van Yves Vandezande. Bij dit verhaal tastte ik, overigens net als de hoofdpersoon, lang in het duister. Waar gaat dit heen? Uiteindelijk naar een mooi beschreven maar onduidelijke climax. Rest de vraag: waar ging het nou eigenlijk over? Ik verwachtte een vernuftige cohesie, die uiteindelijk niet kwam.
  • Inspecteur Charles de la Croix – De poezen, door Robert Jan Swiers. Direct valt op met hoeveel oog voor detail het verhaal is geschreven. Die sterke beeldende stijl maakt het boeiend en echt, terwijl de spanning maar heel gedoseerd wordt opgevoerd. De ontknoping voelt heel kort als een anti-climax, maar dit gevoel wordt direct gecompenseerd met een fikse dosis originaliteit en verbeeldingskracht. Smaakt naar meer.

Dat laatste geldt eigenlijk voor de hele bundel. Een buitengewoon leuke uitgave, met een zeer gunstige prijs/alles verhouding. Voor de liefhebbers van fantastische literatuur zeg ik: kopen, en neem meteen een abonnement.

Voor wie zich afvraagt waar de illustratie bij dit artikel vandaan komt:  speciaal voor de gelegenheid heb ik een foto van mezelf opgeduikeld van (ruim) 20 jaar geleden. Ik was hier opgedoft als butler ter gelegenheid van een moorddiner van het Subgenootschap voor Fantastische werelden, onderdeel van het Genootschap voor Geofictie.

Lezersdagboek: De prins van Filettino

160420101415

Geert Kimpens vierde grote roman vertelt het verhaal van het Italiaanse dorpje Filettino, dat zichzelf naar aanleiding van de economische crisis en de bezuinigingen die daar op volgen onafhankelijk verklaart. Ze zeggen ´Basta´ en varen hun eigen koers.

De achterflap beloofd een positief en inspirerend verhaal in sombere tijden.

Ik had daar wel zin in: een geëngageerd boek met een positieve snit. De auteur is een bestsellerschrijver, de uitgeverij De Arbeiderspers, dus ik bereidde me voor op een vlot geschreven boek met een literaire nasmaak.

De stunt van het dorpje Filettino haalde destijds, in 2011,  het wereldnieuws, maar was op tv niet meer dan een 5-minuten item. Dat moment ligt aan het begin van het boek en het duurt me eigenlijk iets te lang voordat ik er van overtuigd word dat het verhaal ook daarna nog interessant is. Het Basta is snel gezegd, maar de problemen van het dorp voelen eigenlijk helemaal niet zo dringend of uitzonderlijk.

Ik vraag me af of Geert Kimpen er niet beter aan had gedaan om meer aandacht te besteden aan de aanloop er naar toe. Wat maakt dit dorp anders dan alle anderen? De vergelijking met het dorp van Asterix en Obelix dringt zich meermalen op. Maar er is geen toverdrank en geen onverzettelijk strip-duo.

Niettemin zijn de personages interessant en dat doet me de pagina’s omslaan. Filettino wordt bevolkt door een bont gezelschap mannen en vrouwen die allemaal op hun eigen manier worstelen met het moderne leven. Werkloosheid, hypotheeklasten, dagelijkse sleur, verloren liefdes en vervlogen dromen. Naarmate zij meer en meer uitgewerkt worden, wordt het verhaal interessanter. Ik vind het jammer dat daar niet nog wat meer ruimte voor wordt genomen. De drijfveren worden vrij afgepast beschreven en bijfiguren zijn karakteristiek maar hebben weinig diepgang.

Geert Kimpen beoogde met het boek het grote verhaal van economische crisis te vertellen. Op ingenieuze wijze verstopt hij uitgebreide verhandelingen over wat er allemaal mis is met de wereldeconomie in het verhaal. Op gezette tijden moet er betoogd, gedelibereerd en verhandeld worden. Het is allemaal met klare pen beschreven en redelijk licht verteerbaar, maar het maakt het verhaal er niet mooier, spannender of meeslepender door. Ik mis soms wat meer beschrijving van gevoelens en gedachten, of meer oog voor de omgeving, ieders gewoonten en eigenaardigheden. Filettino is toch een beetje een toneeldecor voor de grote Economo-Geert Kimpen-show. Daarin is geen plek voor nuance: onze wereldeconomie wordt bestuurd door boeven, het is een complot.

Dan voert de schrijver zichzelf als personage op. Dat niet iedere schrijver een interessante romanfiguur oplevert heb ik niet zo lang geleden bij het lezen van VSV nog ervaren. Geert Kimpen weet zijn eigen aanwezigheid beter te doseren en ook mooier in te bedden in het verhaal. Zijn gestage komst naar het dorp gaat gelijk op met het moment waarop je je als lezer realiseert dat de beschreven handelingen ver zijn afgedwaald van het incident uit de 5 minuten nieuwsflash. De schrijver heeft door gefantaseerd en drijft de spanning verder op, terwijl hij zichzelf een bescheiden en bijna onnozele rol in het verhaal geeft. De wedstrijd wordt verlengd en we zien een verdere strijd tussen de Europese Burger die eindelijk opstaat en het Economisch en Politiek Systeem. Het boeit me en zet me aan het denken. Gelijktijdig vraag ik me af of de casus Filletino voor dit grote verhaal het beste vehikel was.

Ik betrap me er ook op dat ik vaak het gevoel heb dat ik niet echt in Italië ben, maar in een wel erg Nederlandse reconstructie van hoe we denken dat Italië er uit ziet. Waarom hebben er zoveel Filletijnen een hypotheek (terwijl dat in Italië veel minder gebruikelijk is dan in Nederland)? Waarom hebben ze al hun geld op de bank staan (terwijl er in Italië, zeker in niet stedelijk gebied, nog steeds heel veel met contant geld wordt gedaan, al dan niet zwart)? Waarom gaat er bij een feestelijkheid champagne open in plaats van spumante? Waarom wordt er ’s middags koffie met gebak geserveerd? Waarom heeft een dorp van vijfhonderd inwoners een eigen pastoor (terwijl ook in Italië de kerken buiten hoogtijdagen leeg zijn en pastoors een groot werkgebied hebben)? Nu moet ik me realiseren dat ik hier als halve Italiaan misschien te gevoelig voor ben. De meeste Nederlandse lezers zullen er waarschijnlijk geen last van hebben.

Hoe verder het verhaal zich ontwikkelt, hoe meer het overtuigt. Het goedbedoelde basta en het protest tegen de bezuinigen hebben veel grotere consequenties dan iemand in het dorp kon vermoeden. De hoop op een beter leven is gegroeid, de tegenstand van de buitenwereld neemt toe. Die buitenwereld krijgt ook een gezicht in de vorm van de premier, waarin iedereen een overtuigend geportretteerde Silvio Berlusconi kan herkennen.

De climax wordt helaas al een beetje weggegeven door de illustratie op de omslag, maar de gebeurtenissen die daar toe leiden en de manier waarop dat is beschreven is zondermeer meeslepend. Het eind zelf bevredigt me niet helemaal. De schrijver richt zich rechtstreeks tot de lezer en zijn drijfveren om het boek te schrijven, het verhaal dat hij ‘eigenlijk’ wil vertellen, komen naar mijn smaak veel te dominant naar voren. Wat ik zou moeten leren van dit boek wordt nog eens letterlijk voor me uitgespeld. Nu is het aan jou… daar word ik een beetje onpasselijk van.

Het dankwoord lijkt meer op een verantwoording of een epiloog. Het is een plezierig en verlichtend mintje na een prima maaltijd die iets te zwaar dreigde te eindigen. Als ik het boek uiteindelijk dicht sla ben ik daardoor mild gestemd. Als ik al mijn plussen en minnen bij elkaar optel kom ik toch royaal positief uit. Ik zeg: lees dat boek en oordeelt u zelf. 

Vier rare redenen om een boek niet uit te lezen

Als ik boeken niet uit lees, dan is dat meestal niet omdat ik het slechte boeken vind. Soms vind ik ze zelfs prachtig. Het zijn vaak kleine, rare dingen die me van het uitlezen afhouden. Gewassen vlees vond ik bijvoorbeeld prachtig, maar het was te dik en te zwaar. Werkelijk een heel onhandig boek om vast te houden. Bij iedere zin dacht ik eerst ‘ik krijg lamme armen’ voor ik genoot van de pracht van het proza. Ik had het exemplaar tweedehands gekocht en het rook ook nog een beetje naar natte hond. Dat maakte het er niet beter op. Doorgaan met het lezen van “Vier rare redenen om een boek niet uit te lezen”

Ik adviseer met klem: lees nooit zomaar iets van die of die

Met amper twintig boeken per jaar vind ik dat ik weinig lees. Ik vind lezen leuk, maar het vraagt een soort rust die ik maar af en toe vind, een half uurtje voor het slapen gaan. Daarbij lees ik ook nog eens niet zo snel. Ik koester de gedachte dat dat komt doordat ik wel heel aandachtig lees. Doorgaan met het lezen van “Ik adviseer met klem: lees nooit zomaar iets van die of die”

Lezersdagboek: Godenslaap

Tijdens onze vakantie kregen we het bericht dat tante Dien was overleden. Ze was de peettante van mijn vader en ze was op 26 mei 99 jaar geworden. Ik moest af en toe aan haar denken terwijl ik het boek las waar ik in bezig was en ik realiseerde me dat ze van 1912 was. Haar eerste herinneringen moeten zijn terug gegaan tot de jaren rondom de Eerste Wereldoorlog. Of ze zich in haar jeugd van de oorlog erg bewust is geweest weet ik niet. Ik zou denken van niet, die oorlog ging immers relatief gerieflijk aan Nederland voorbij. Mijn opa werd nog enige tijd onder de wapenen geroepen en in fort Pannerden gelegerd, maar de Nederlandse neutraliteit heeft hem het oorlogsgeweld bespaard. Doorgaan met het lezen van “Lezersdagboek: Godenslaap”