Bureaucratie, romantiek en het kijken naar de wereld

Er zitten weer leuke zaken in de pen. Hierbij drie projecten die dit jaar op stapel staan.

De strijdlustige en schijnbaar onvermoeibare Jac Splinter brengt onder de titel “Ja maar meneer ik doe ook maar mijn werk” Het Grote Bureaucratie Vakantieboek uit. Het wordt een boek met een-derde serieuze zaken over bureaucratie, en twee-derde satire en spelletjes. In die laatste categorie schreef ik voor deze uitgave een kort verhaal ‘Het formulier’ en een stuk interactieve fictie in de stijl van de ‘kies je eigen avontuur’ boeken. Meer nieuws over de boekpresentatie (verwacht in april) volgt te zijner tijd, maar bestellen kan nu al bij Jac.

Ik werk op dit moment aan de vertaling van de verzamelde prozagedichten van Clark Ashton Smith (1893-1961). Voor velen is hij wellicht een onbekende. Clark Ashton Smith was schrijver, dichter en beeldhouwer. Als dichter kreeg hij al vroeg erkenning, mede door lof van de dichter George Sterling. Smith wordt gerekend tot de West Coast Romantics naast onder andere Joaquin Miller en Nora May French. Hij wordt ook wel bestempeld als ‘The Last of the Great Romantics’. Als schrijver van korte prozaverhalen was Smith een van “de grote drie” rond het blad Weird Tales, samen met Robert E. Howard en H. P. Lovecraft. Smiths fantasy en science fiction werk werd alom geprezen door zijn collega’s en critici. Zijn werk wordt gekenmerkt door een buitengewoon rijke en sierlijke vocabulaire, een kosmisch perspectief en een zweem van sardonische humor. Alledrie die ingrediënten zijn terug te vinden in zijn prozagedichten. In de komende weken zal ik een paar blogs schrijven over de voortgang van dit project en een paar voorproefjes publiceren.

Schrijf je nog wel eens wat?’ vragen mensen me weleens. Jazeker! Afgelopen jaar schreef ik de broodtekst van een groots en meeslepend werk over Oom Ludo. Met mijn vrij bondige stijl is dat netjes 60k aan woorden of ruim 200 pagina’s. Romandikte zeg maar. Wie me op facebook of instagram volgt heeft al eens foto’s met de #oomludo gezien. Dat zijn eigenlijk karakterstudies: een manier om uit te zoeken hoe Oom Ludo naar de wereld kijkt. Waar het boek over gaat?

Oom Ludo kijkt dagelijks uit op een parkje. Op een dag staat er een bord dat er een torenflat wordt gebouwd. Dit brengt hem in beweging: hij gaat op onderzoek uit en organiseert op geheel eigen wijze verzet…

De werktitel is Parkzicht. Het kan ook nog ‘ Het parkje van de windstreken’ worden, of misschien wel ‘De avonturen van Oom Ludo of Het kijken naar de wereld’. Het werk zit in de redigeerfase en ik hoop komende maanden de plannen voor publicatie te kunnen presenteren.

Ieder toneelstuk is een sociaal experiment onder gecontroleerde omstandigheden

2014-10-20 19.15.27

Bij het eerste toneelstuk dat ik schreef, deed ik maar wat. Ik had een paar aardige personages, wat levens-dilemma’s, een thema en zodra ik de personages bij elkaar in één ruimte zette, kwamen de woorden vanzelf. Het heette De dageraad en ging over een homo die er tegen op zag om 30 te worden. Het was warempel een heel aardig stuk, ook nu nog als ik het terug lees.

Bij ieder stuk dat ik daarna schreef had ik altijd een geheime opdracht aan mijzelf (naast de eventuele opdracht van de theatergroep waar ik het voor schreef). De Rhavian-spier draaide om status en reactie in dialogen. Zij is buiten was mijn eerste bewerking van een Griekse tragedie. Nomaden ging over het opwekken van mysterie. The temple was een experiment in parallelle verhaallijnen.

Sommige experimenten waren vrij onzichtbaar voor het publiek. Ze draaiden om een manier van schrijven. Bij andere teksten, zoals bij Nomaden, was het hele stuk er van doortrokken. Het bepaalde de toon, de sfeer, het einde. Bij dat soort stukken is het extra spannend hoe het publiek gaat reageren. Kun je mensen op de juiste momenten horen lachen of hun adem in houden. Met wat voor gevoel gaan ze de zaal uit?

Deze week is de try out van mijn jongste pennenvrucht voor het theater; De zoete geur van wrange liefde. Het schrijven van het stuk begon met twee ideeën. Ik wilde proberen zoveel mogelijk spelers, zolang mogelijk op het podium te houden. De gespeelde tijd werd daarbij 1 op 1 de vertelde tijd. Een stuk in real time. Dat is wel eens vaker gedaan, denk ik, maar niet vaak met twaalf man op het podium. Ik denk dat het goed gelukt is om te bewaken dat het helder blijft, dat de dynamiek te volgen is. Maar het is wel spannend.

Het andere idee was om eens een paar personages te gebruiken die niet iedereen waar kan nemen. Een van de personages is overleden, een ander is imaginair. Bij televisieseries is dat tegenwoordig niet ongebruikelijk. Wie Dexter of Six feet under gezien heeft, weet waar ik het over heb. Ik was benieuwd of dat op het toneel ook goed zou kunnen werken.

Een bijeffect van die veelheid aan personages is dat er veel gebeurt op het podium. Lekker veel stil spel. Blikken over en weer. Driehoekjes, verbondjes… Ik hoop dat het publiek er van zal genieten, en dat kijkers het allemaal kunnen overzien. Een rijk stuk, dat uitnodigt om het nog eens te komen zien.

Als dat gevoel ontstaat, is mijn experiment geslaagd.

 

 

Kijk op www.theatergroepaugustus.nl voor speeldata.

Laat de lezer iets denken, zonder het op te schrijven

De afgelopen week heb ik voor het eerst een van mijn eigen toneelstukken in het Engels vertaald. Het is de kunst om niet alleen de betekenis van de woorden te vertalen, maar vooral de suggestie. Een van de controlemiddelen die ik daarbij onbewust veel toepas is het terugvertalen naar het Nederlands: staat er dan wat ik oorspronkelijk heb geschreven. Meestal niet. Zo gaat het nu eenmaal met vertalen.

In dat ritme dacht ik in een onbewaakt moment na over een passende Nederlandse vertaling voor de schrijverswijsheid Show, don´t tell. Een vertaling als ‘Tonen, niet zeggen’ ligt voor de hand, maar is wel erg hermetisch. Als je er meer woorden voor gebruikt, krijg je zoiets als ´Laat het zien, zonder het te vertellen´ of beter nog ‘Laat de lezer iets denken, zonder het op te schrijven.’ Bij die laatste is natuurlijk geen sprake meer van een vertaling, meer van een uitleg of interpretatie. Niettemin: zo komt de betekenis wel over.

Het is een mooi credo, maar er zijn grenzen aan. Er wordt wat afgezweet, met vingers getrommeld en met de ogen heen en weer geschoten om maar duidelijk te maken dat een personage zenuwachtig is. Soms heb ik als lezer liever dat er staat: ‘Pietje was bloednerveus en dat kon je aan alles merken.’ Dat brengt een verhaal direct op spanning. Het is niet subtiel, maar dat is al dat vingergetrommel eigenlijk ook niet.

En nu nog zelf toepassen wat ik aan anderen verkondig

Als voorbereiding op mijn workshop over dramatische personages maak ik wat aantekeningen over het schrijfproces. Als je voor je gevoel zit te modderen met een tekst en zeker als je helemaal vast zit, is het meestal hoog tijd om naar een andere fase/modus van het schrijfproces om te schakelen (vrij naar Flower & Hayes). Dus van schrijven naar redigeren, of terug naar de tekentafel, of eerst wat research. Wat je ook doet: doe in ieder geval iets anders, want zo trek je het vlot. Een uur later herlas ik voor dezelfde workshop The art of Dramatic Writing. Laios Egri (de schrijver) sloeg me om de oren met het belang van een goede premisse. Doorgaan met het lezen van “En nu nog zelf toepassen wat ik aan anderen verkondig”

Mijn tekstverwerker kent geen lijntjesblaadjes

Hoe gestructureerd ik ook probeer te werken, met grote regelmaat ontsporen mijn verhalen om te eindigen in een ravage. Gelukkig heeft die ravage in veel gevallen meer literaire potentie dan het oorspronkelijke idee. Ik heb me er bij neergelegd dat afdwalen en bijstellen van mijn plannen blijkbaar belangrijke onderdelen van mijn schrijfproces zijn. Steeds vaker merk ik dat ook teksten die op het eerste gezicht weinig creatieve waarde hebben, op dezelfde manier van het geplande pad afdwalen. Ik werk aan een bedrijfsplan voor de komende paar jaar en dat kreeg al snel trekjes van een literair dagboek en inmiddels dreigt het een complete analyse van de boekenbranche te worden. Ik verlang nu al naar het moment dat ik ga schrappen. Doorgaan met het lezen van “Mijn tekstverwerker kent geen lijntjesblaadjes”

Niet meer dan een snufje suggestie

Een doel dat ik mij tijdens het schrijven vaak voor ogen houd, is het verleiden van de lezer. Hoe blijft het verhaal op spanning en zorgen de woorden die ik opschrijf ervoor dat de pagina vol verwachting wordt omgeslagen? Nooit mag het drama verdwijnen of de spanning wegebben.

Gelijktijdig wil ik echter ook dat de lezer bedachtzaam leest. Wat ik schrijf hoeft geen rasechte pageturner te worden, die alleen geschreven is op dat effect. Er is zoveel meer aan een boek en wie er doorheen raast op weg naar zekere ontknoping mist zoveel waarvan ik hoop dat er bedachtzaam op herkauwd zal worden. Af en toe dus rustig aan. Even vertragen.

Het zoeken van die balans is één van de leukste dingen aan het schrijven. Het kiezen van de juiste woorden in iedere zin. Het vinden van de goede toon voor iedere passage. En het toevoegen van een snufje suggestie, maar nooit teveel.

Bekendheid is zowel een vloek als een zegen

  

Ik zou graag bekend(er) willen zijn. Het is voor mij geen doel op zichzelf, ik zie het als een bijproduct van schrijven. Ik schrijf namelijk om gelezen te worden. Schrijven vind ik al op zichzelf leuk, maar de werkelijke voldoening ontstaat als ik weet dat de tekst gelezen wordt. Als iemand hem voor zichzelf tot leven wekt. Doorgaan met het lezen van “Bekendheid is zowel een vloek als een zegen”