Vier gedachten en géén gedicht bij de Vierdaagse

Voor het LiteratUUR in het Besiendershuis, afgelopen dinsdag 15 juli 2014, schreef ik een paar teksten. Het werden vier gedachten en geen gedicht.

2014-07-12 16.44.20

Vier gedachten bij de vierdaagse

1

Als ik een mooi servies zie, dan kijk ik altijd even op de onderkant. In een winkel is dat niet vreemd. In de horeca, of bij mensen thuis wordt daar vaak vreemd naar gekeken. Ik gebruik uiteraard bij voorkeur het schoteltje van mijn theekop. Of ik til voorzichtig een gebaksbordje op, zonder daarbij de kruimels over de tafel te verspreiden.

Wat ik aan de onderkant zie zegt mij vaak niet veel, maar vertelt mij alles. Wedgwood of Rosenthal. Ikea of enkel made in China. Een merk, een plaatsnaam. Het zegt iets over waar zo’n schoteltje is geweest en soms ook over met hoeveel aandacht het is uitgezocht.

Veel voorwerpen hebben een onderkant die iets vertelt over de reis die het gemaakt heeft, over de betekenis die het heeft. Als schrijver ben ik altijd op zoek naar dat soort betekenissen, naar de ‘verhalen erachter’. Heeft de vierdaagse ook een onderkant?

2

Wandelen is namelijk een vorm van reizen, en iedere reis is niet alleen een fysieke verplaatsing, maar bovenal een mentale reis. Je begint een reis met verwachting: laverend tussen hoop en vrees. Onderweg tref je obstakels en tegenslag, hulp en aanmoediging, wanhoop en troost. En als het goed is, vind je ook een ritme. Die gang van het lopen, de cadans, waarop ook je gedachten meegaan. En terwijl je ogen turen naar de horizon dwalen je gedachten af naar waar je vandaan komt, en waar je naar toe gaat. Naar de drijfveren en inspanningen die je hier brachten en wat je na het bereiken van je wandeldoel wilt bereiken. Niet in fysieke, ruimtelijke zin, maar met het leven.

Die bezinning geeft betekenis aan het wandelen, die gedachten geven een antwoord op de vraag: waartoe wandelen wij?

3

Iedere reis is in zijn oervorm een odyssee. In zijn diepe onderbewuste wordt de reiziger onderweg altijd geconfronteerd met de vragen: ‘Zal ik ooit weer thuis komen?’ en ‘Hoe zal ik mijn huis aantreffen?’ Nu weet ik ook wel dat de vierdaagse een vrij afgebakend en gereguleerd evenement is. Dat thuiskomen, dat zal wel lukken. Misschien zijn andere odyssee elementen herkenbaarder. Vragen als: Wat krijg ik te verduren? Waarom doe ik dit eigenlijk? Andere elementen zijn wellicht herkenbaarder. Welke vierdaagseloper kent niet de sirenen in de vorm van de verlokkingen van een iets te lange pauze, welke vierdaagseloper heeft op de derde dag de hitte en de blaren niet ervaren als een moeizaam laveren tussen Scylla en Garyptus door.

4

Is het toeval dat twee van de boeken die ik schreef beginnen op de dagen direct ná de vierdaagse. Ik denk het niet. Tijdens het wandelen en tijdens het feesten, staat de ervaring centraal. Je gaat op in de massa, je dompelt je onder in de feestvreugde. Daar doe je inspiratie op. Je maakt er vrienden voor het leven of voor een nacht. Je gaat je te buiten. Je viert het leven. Alles kan en alles mag. Er wordt gezongen, gedanst, gegeten en gevreeën.

Maar in het gedruis is geen ruimte voor iets anders dan die ervaring. Pas als de roes is uitgeslapen, als de kraampjes zijn afgebroken en alle routebordjes zijn opgehaald, ontstaat er weer lucht, ontstaat er ruimte voor creativiteit. En dan breekt misschien wel de mooiste dag van de vierdaagse aan: de maandag erna. Iedereen is op vakantie. De stad is leger dan ooit. De straten zijn schoon en opgeruimd, ze dampen nog na, lijken langzaam op adem te komen.

Totale rust. En ik kan weer schrijven.

 

2014-07-16 14.37.58

 

Geen gedicht

 

Ik wilde de vierdaagse vangen

het wandelen grijpen in een vers

De ziel beschrijven van de feesten

zonder de woorden bier en blaren

te gebruiken, dat ik kon schrijven

van de mensen, al de dagen en het ritme

van de tocht, zonder herrie of gedruis

dat wat zou blijven, de ervaring

van die tocht naar alle windstreken

en het bewegen door de straten

als het stromen van de Waal

ik kreeg blaren op mijn vingers

door het schrappen en het strepen

vond geen woorden voor de mars,

noch voor het zingen langs de lanen

of het verkoeveren in de luwte van de brug

de zon looide mijn lege hoofd

bier verkoelde mijn ingewanden

de feesten masseerden mijn gemoed

na vier dagen legde ik mijn pen neer

en kocht voor mijzelf een gladiool

 

 

 

De onvermijdelijke lijstjes en samenvattingen

Eigenlijk wil ik ze niet. Geen stortvloed aan lijstjes, obligate samenvattingen of ellenlange terugblikken. Ik heb het liever over de toekomst. De dagen beginnen immers voorzichtig weer te lengen en dan wil ik vooruit: naar het voorjaar.

Maar je ontkomt er niet aan. Kranten, televisie, internet: waar je ook om je heen kijkt word je getrakteerd op jaaroverzichten, bespiegelingen en evaluaties. Reflecteren is gezond, ik weet het. En het komende jaar is in zoveel zaken onlosmakelijk verbonden met het afgelopen jaar. Het bouwt er op voort.

Misschien komt mijn weerzin tegen de jaarlijkse bespiegeling wel voort uit het feit dat het afgelopen jaar vooral een jaar van bouwen en investeren was. En dat ik er zo naar uit zie om daar de vruchten van te plukken.

Voor mij was 2011 namelijk het jaar van een trage omslag. Het begon er mee dat ik om gelezen te worden niet langer afhankelijk wil zijn van de gunst en het oordeel van uitgevers en literair agenten. En dat leidde tot de conclusie dat ik mij als schrijver rechtstreeks tot lezers ga richten. Het besef groeide in het voorjaar. Het besluit om een eigen uitgeverij te beginnen werd van de zomer genomen en gaandeweg vulde mijn tijd zich steeds meer met de voorbereidingen daarvoor. Dat ging voor een deel ten koste van tijd om te schrijven, wat u wellicht aan de continuïteit van mijn weblog heeft gemerkt.

Zo schrijf ik toch nog een terugblik, een bespiegeling. Het stond op papier voor ik er erg in had. Maar als u dat zo leest, weet u dus ook waar ik naar uitzie. In maart is de aftrap van de uitgeverij en is mijn eerste boek verkrijgbaar, via mijn eigen webshop en via de boekhandel. En eind april volgt een tweede boek. Dat voelt heel goed. En ik heb nog meer plannen die het komend jaar tot uitvoer komen. Ik denk dat ik daar maar eens een lijstje van ga maken.

Ik wens u een fijne jaarwisseling en een inspirerend 2012

Hoe Brusselmans langzaam stopte met schrijven

Lezersdagboek: Van drie tot zes

Je hoeft geen fan van hem te zijn om te erkennen dat Herman Brusselmans een handvol prachtige boeken heeft geschreven, zoals het destijds veelbelovende Zijn er kanalen in Aalst, of de zogenaamd hilarische Guggenheimerboeken, of het schrijnende De droogte, waarmee hij nog geen tien jaar terug op de proppen kwam en dat zo mooi de half ontverfde en troosteloze kant van het Vlaamse leven beschrijft. Doorgaan met het lezen van “Hoe Brusselmans langzaam stopte met schrijven”

Lezersdagboek: Mudanza: een verhuisbericht

Sommige boeken brengen de bibliofiel in me boven en dat zijn niet altijd dure uitgaven op handgeschept papier met diepgedrukte grafische omslag in een minuscule oplaag. Ik las Mudanza: een verhuisbericht van Alejandro Zambra. Het gedicht is uitgegeven door uitgeverij Karaat in een serie die ze introduceren onder de naam ‘De bibliotheek van Morel’.  Van een heuse bibliotheek is in dit stadium nog geen sprake. Mudanza is de vooralsnog eerste uitgave en het is een handgroot boekje van 32 pagina’s. Ik denk dan: klein maar fijn. Doorgaan met het lezen van “Lezersdagboek: Mudanza: een verhuisbericht”

Voor beginnende schrijvers is het aan te raden alle goede adviezen in de wind te slaan

Een paar weken terug verscheen ‘Personages, conflict, perspectief’ van Frans Stüger. Ik heb ooit les van hem gehad en ik heb veel aan zijn lessen gehad. Tot mijn verbazing ergerde ik me direct bij het lezen van alleen maar de inleiding van zijn boek. Ik wist niet precies waarom. De toon was een beetje uit de hoogte, alsof hij de wijsheid in pacht had, maar zijn vakkennis en ervaring rechtvaardigen dat. Ik kan die toon van hem goed hebben. Doorgaan met het lezen van “Voor beginnende schrijvers is het aan te raden alle goede adviezen in de wind te slaan”

Een groep gemankeerde zielen bij elkaar

Onder de titel ‘Het moet pijnlijk blijven’ zijn de mooiste interviews met Nederlandse schrijvers gebundeld. Een keuze uit de afgelopen vijfentwintig jaar. Een paar jaar terug las ik de vertaling van de mooiste interviews uit de Paris Review. Ik vroeg me toen al af of er geen bundeling van interviews met Nederlandse schrijvers te maken viel. Zo’n bundel is er nu dus, maar al na een paar interviews gelezen te hebben werd me een verschil duidelijk. Waar in de Paris Review de interviewers steeds op zoek lijken te gaan naar de facetten van het schrijfproces en de essentie in het schrijfwerk, gaan de Nederlandse interviews veel meer over de schrijver zelf. Ik zou bijna zeggen ´de mens achter de schrijver´.

Met veel schrijvers is de bundel voor mij een plezierige nieuwe kennismaking. Prachtige interviews met ondermeer Andreas Burnier en Willem Brakman. Van Dis en Frans Kellendonk. Je gaat automatisch verlangen naar meer. Van mij mogen ze om de vijfentwintig jaar zo’n bundel uitbrengen. En het liefst met terugwerkende kracht.

Niet alle schrijvers laten zich even mooi interviewen. Hugo Claus vindt het interview eigenlijk een mindere vorm van literatuur en dat werkt door in de tekst. Eigenlijk laat hij niets los en het interview is bijna slaapverwekkend saai. Jan Cremer laat zich graag interviewen, maar wat hij te melden heeft, meldt hij met zoveel jus en branie dat je had gewild dat het een video interview was. Het komt uit de tekst maar met moeite tot leven.

Wat verder opvalt is dat al die Nederlandse schrijvers een groep gemankeerde zielen bij elkaar vormt. Depressief, niet goed snik, of prettig gestoord. Al die zielenpijn hoort er bij, blijkbaar. Het levert vaak goede boeken op. Of in ieder geval aardige interviews.