Cursus: ‘(theater)Tekst aan tafel’

eflyer theatertekst aan tafel

In maart en april geeft ik de korte cursus ‘(theater)Tekst aan tafel’, over het lezen en schrijven van theaterteksten. Het hele proces ‘van eerste idee tot aan de bühne’ wordt doorlopen en deelnemers krijgen de kans om met hun project een essentiële stap verder te komen.

Geef je op of zegt het voort! Lees er hier alles over.

hoe ik verleid werd op gedichtendag

WP_000506

 

*

ik bracht ze liever te laat terug
want zoals zij de boeken door haar handen liet gaan
dat vond ik nog mooier dan het lezen
de beweging was ritmisch, routineus
zonder ooit achteloos te worden
en haar blik daarbij, hoe vluchtig ook, zag altijd
waar nog even een vlek moest worden weggepoetst
of een ezelsoor mocht worden teruggevouwen
liefdevol als bij de thuiskomst van een kinderschare
koesterde zij wat ik gelezen had

Laat al je boeken weer eens door je handen gaan

We hebben dit weekend onze bibliotheek uitgeruimd. Hij zat vol. Niet alleen vol met boeken, maar ook met bordspellen, puzzels, kunst en allerhande prullaria. Toch was de voornaamste reden om hem leeg te ruimen en op te ruimen niet het ruimtegebrek, maar het onzalige plan om de kasten toch maar ivoor wit te schilderen in plaats van plechtig bruin.

Er is een opmerkelijke parallel met mijn werk. Sinds februari heb ik – naast mijn schrijf- en uitgeefactiviteiten – een jaarcontract bij Biblioplus, de bibliotheekorganisatie voor het land van Cuijk en Maasduinen. Daar mag ik de herinrichting van al hun vestigingen in goede banen leiden.

Zo was het afgelopen maand een drukte van belang in de bibliotheek van Bergen. Boeken uit de kasten, meubels verplaatsen, boeken weer in de kasten. De boel opschonen, opfrissen en opleuken. Het eindresultaat is een kleinere bieb, die als het goed is het publiek toch evengoed (of zelfs nog wat beter) kan bedienen dan voorheen. Concentreren op de populaire titels, weglaten wat toch zelden wordt uitgeleend.

Niet alle biebs worden kleiner. In Cuijk en Boxmeer ontstaan in de loop van dit jaar vestigingen met een regio functie. Een plusbibliotheek die een complete collectie biedt: een inspirerend uitje voor de liefhebber. Die bibliotheken krijgen er helaas geen vierkante meters bij. Aan mij dus de kunst om met veel creativiteit alles een plek te geven. Niet alleen boeken, maar ook dvd’s, speelgoed, bladmuziek, internet, tablets en ereaders. Te veel om op te noemen.

En vooral daarin dringt de vergelijking met onze huisbibliotheek zich op. Als we straks uitgeschilderd zijn, willen we alles weer een plek geven. Op hetzelfde aantal schappen. En we willen ook nog boeken bij kunnen kopen. Met een beetje creativiteit moet daar plek voor zijn. En voor de dvd’s. En de kunst. En de bordspellen.

De kracht van het onmogelijke, de schoonheid van het onbegrijpelijke

In ieder stukje proza zit bij voorbaat dramatische spanning verborgen. Alles wat geschreven wordt zal door de lezer onwillekeurig vergeleken worden met de werkelijkheid. Zoals het daar op papier staat, zou het zo echt gebeurd zijn? Of kunnen zijn? En waar is het op geïnspireerd? Non-fictie pretendeert zo dicht mogelijk bij de gedeelde werkelijkheid te blijven. Fictie dwaalt daar in theorie doelbewust vanaf. Toch wordt in veel fictie het meest kenmerkende voordeel van het genre niet uitgebuit. Het is soms pas goed als het echt gebeurd had kunnen zijn. Als alles klopt met de werkelijkheid zoals we die kennen. Minutieus worden werkelijk bestaande plekken en historische feiten in boeken geplaatst in de hoop dat die daardoor aan echtheid en dus aan overtuigingskracht winnen. Dat is prachtig en daar genieten we van.

Maar gelukkig is er ook proza dat echt afdwaalt van wat ons vertrouwd is, ons wegvoert naar verre mysterieuze oorden en vertelt van gebeurtenissen die in onze beleving nooit zo zouden kunnen gebeuren. Daar zijn ook een heleboel mooie voorbeelden van, niet alleen in de genreliteratuur, maar zeker ook bij mainstream Nederlandse schrijvers.

Martijn Lindeboom opent met dat onderwerp een series essays over fantastiek op boekenwebsite Ezullia. Ik schreef voor die serie een verkenning over de oorsprong van het fantasy-genre. Voor de online-lezer staat een fast-read versie daarvan vanaf vandaag op Ezullia. De uitgebreide versie download je hieronder in of epub formaat.

Pdf: Essay – Over de voorde naar de bron

Epub: Over de voorde naar de bron

De onvermijdelijke lijstjes en samenvattingen

Eigenlijk wil ik ze niet. Geen stortvloed aan lijstjes, obligate samenvattingen of ellenlange terugblikken. Ik heb het liever over de toekomst. De dagen beginnen immers voorzichtig weer te lengen en dan wil ik vooruit: naar het voorjaar.

Maar je ontkomt er niet aan. Kranten, televisie, internet: waar je ook om je heen kijkt word je getrakteerd op jaaroverzichten, bespiegelingen en evaluaties. Reflecteren is gezond, ik weet het. En het komende jaar is in zoveel zaken onlosmakelijk verbonden met het afgelopen jaar. Het bouwt er op voort.

Misschien komt mijn weerzin tegen de jaarlijkse bespiegeling wel voort uit het feit dat het afgelopen jaar vooral een jaar van bouwen en investeren was. En dat ik er zo naar uit zie om daar de vruchten van te plukken.

Voor mij was 2011 namelijk het jaar van een trage omslag. Het begon er mee dat ik om gelezen te worden niet langer afhankelijk wil zijn van de gunst en het oordeel van uitgevers en literair agenten. En dat leidde tot de conclusie dat ik mij als schrijver rechtstreeks tot lezers ga richten. Het besef groeide in het voorjaar. Het besluit om een eigen uitgeverij te beginnen werd van de zomer genomen en gaandeweg vulde mijn tijd zich steeds meer met de voorbereidingen daarvoor. Dat ging voor een deel ten koste van tijd om te schrijven, wat u wellicht aan de continuïteit van mijn weblog heeft gemerkt.

Zo schrijf ik toch nog een terugblik, een bespiegeling. Het stond op papier voor ik er erg in had. Maar als u dat zo leest, weet u dus ook waar ik naar uitzie. In maart is de aftrap van de uitgeverij en is mijn eerste boek verkrijgbaar, via mijn eigen webshop en via de boekhandel. En eind april volgt een tweede boek. Dat voelt heel goed. En ik heb nog meer plannen die het komend jaar tot uitvoer komen. Ik denk dat ik daar maar eens een lijstje van ga maken.

Ik wens u een fijne jaarwisseling en een inspirerend 2012

Na zo’n succes moest er wel een deel 2 komen…

image

Laat de lezer iets denken, zonder het op te schrijven

De afgelopen week heb ik voor het eerst een van mijn eigen toneelstukken in het Engels vertaald. Het is de kunst om niet alleen de betekenis van de woorden te vertalen, maar vooral de suggestie. Een van de controlemiddelen die ik daarbij onbewust veel toepas is het terugvertalen naar het Nederlands: staat er dan wat ik oorspronkelijk heb geschreven. Meestal niet. Zo gaat het nu eenmaal met vertalen.

In dat ritme dacht ik in een onbewaakt moment na over een passende Nederlandse vertaling voor de schrijverswijsheid Show, don´t tell. Een vertaling als ‘Tonen, niet zeggen’ ligt voor de hand, maar is wel erg hermetisch. Als je er meer woorden voor gebruikt, krijg je zoiets als ´Laat het zien, zonder het te vertellen´ of beter nog ‘Laat de lezer iets denken, zonder het op te schrijven.’ Bij die laatste is natuurlijk geen sprake meer van een vertaling, meer van een uitleg of interpretatie. Niettemin: zo komt de betekenis wel over.

Het is een mooi credo, maar er zijn grenzen aan. Er wordt wat afgezweet, met vingers getrommeld en met de ogen heen en weer geschoten om maar duidelijk te maken dat een personage zenuwachtig is. Soms heb ik als lezer liever dat er staat: ‘Pietje was bloednerveus en dat kon je aan alles merken.’ Dat brengt een verhaal direct op spanning. Het is niet subtiel, maar dat is al dat vingergetrommel eigenlijk ook niet.

Leviathan en het nieuwe lezen

Leviathan is een oerslang of zeemonster dat al voorkomt in voor-Bijbelse geschriften. Zijn kaken vormen de poorten van de hel, zijn komst kondigt het einde der tijden aan. Een van de bekendste verwijzingen naar Leviathan is het gelijknamige boek van de Engelse filosoof Thomas Hobbes. Hij gebruikt de benaming voor een heerser die met absolute macht complete chaos en oorlog weet te vermijden.

Ik trek een parallel tussen de absolute heerser die Hobbes beschrijft en de geslotenheid en kartelvorming in de huidige boekenbranche. Met krampachtige vaste prijzen moet ‘de chaos’ worden afgewend. Maar ik zou ook kunnen zeggen dat alle nieuwe ontwikkelingen in de branche tezamen – print-on-demand, e-books, uitgevers zoals ikzelf – voor het bestaande uitgeefmodel het einde der tijden aankondigen en zo een Leviathan zijn.

Het gebruik van de naam Leviathan is voor meerdere uitleg vatbaar. Daar houd ik van: ik laat de interpretatie graag aan de lezer over. Dat is onderdeel van wat ik noem: ‘het nieuwe lezen’.

Door alle ontwikkelingen in de boekenbranche verandert onze manier van lezen. Het nieuwe lezen is vluchtiger. Door nieuwe media zijn lezers ongeduldiger en sneller afgeleid. Maar de tegenbeweging is er ook: het aandachtige lezen en herlezen. Lezers die met elkaar in gesprek gaan over boeken.

De boekenbranche is de afgelopen decennia langzaam versmald: we lezen steeds meer allemaal hetzelfde en de levensduur van boeken is steeds korter geworden. Gelijktijdig zien we de boekenbranche ook breder worden. Door print-on-demand kan iedereen zijn eigen boek uitgeven: het aanbod is schier eindeloos.

Ik denk vooral dat het nieuwe lezen bewuster en democratischer is: dat het steeds meer de lezers zelf zijn die bepalen welk boek succesvol is en welk niet. De lange schakel van uitgever-redacteur-vormgever-recensent-boekhandelaar wordt langzaam verbroken. De lijn van schrijver naar lezer wordt korter. Schrijvers geven zelf vorm aan hun boeken, of huren een redacteur in. En lezers schrijven recensies en andere lezers bepalen op basis daarvan of ze de boeken kopen.

Het nieuwe lezen staat vooral voor een branche die in beweging is. En in die deining komt Leviathan – in wat voor vorm dan ook – bovendrijven.

 2012 wordt ‘Het jaar van Leviathan’

www.uitgeverijleviathan.nl

 

Je kunt natuurlijk ook je eigen uitgeverij beginnen

Er was een tijd dat ik dacht dat eindeloos wachten op antwoord van gerenommeerde uitgeverijen het enige was dat je als schrijver kon doen in de hoop ooit gelezen te worden. Gelukkig ben ik inmiddels wat wijzer, maar niettemin heb ik me de afgelopen jaren – tegen beter weten in – in het inefficiënte, tijdsintensieve, stroperige en frustrerende manuscriptencircus begeven.

Ik had daar eindeloos mee door kunnen gaan als de boekenbranche niet zo in beweging was. Vanity-press heet tegenwoordig self-publishing en het is niet meer vies om als schrijver zelfbewust en ondernemend te zijn.

Nieuwe websites waar je je manuscript kunt promoten schieten als paddenstoelen uit de grond en crowdfunding doet zelfs in de gesloten boekenbranche zijn intrede. Dat spreekt me wel aan en ik heb zelfs even overwogen om mijn werk de wereld in te zenden via een initiatief als tenpages.

Maar het gaat niet om de funding, het gaat om het bereiken van de lezer. En als je dat zelf kunt, waarom zou je dan nog met anderen in zee gaan? Je kunt dan net zo goed je eigen uitgeverij beginnen. Dat lijkt me een goed plan. Dat ga ik doen.

Wordt vervolgd…

Tweeten
 

En nu nog zelf toepassen wat ik aan anderen verkondig

Als voorbereiding op mijn workshop over dramatische personages maak ik wat aantekeningen over het schrijfproces. Als je voor je gevoel zit te modderen met een tekst en zeker als je helemaal vast zit, is het meestal hoog tijd om naar een andere fase/modus van het schrijfproces om te schakelen (vrij naar Flower & Hayes). Dus van schrijven naar redigeren, of terug naar de tekentafel, of eerst wat research. Wat je ook doet: doe in ieder geval iets anders, want zo trek je het vlot. Een uur later herlas ik voor dezelfde workshop The art of Dramatic Writing. Laios Egri (de schrijver) sloeg me om de oren met het belang van een goede premisse. Verder Lezen